Parkinson Bingo

11 november 2018

In mijn pogingen om uit te leggen waarom ik Parkinson heb, gebruik ik vaak de metafoor van een bingokaart. Je moet een aantal vakjes aangekruist hebben om de Parkinson bingo te winnen. En … ik heb ‘m gewonnen.

In een artikel gepubliceerd in Trends in Neurosciences (1) zie ik dat mijn bingokaart nog niet zo’n gekke metafoor is. De auteurs zetten uiteen dat de factoren die tot Parkinson leiden, kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën:

  • Triggers
    Jaren voordat Parkinson zichtbaar wordt, zet een trigger een waterval van gebeurtenissen in gang. Denk aan het inhaleren van een ziekteverwekker die – na het inslikken ervan –  de darmen bereikt (2,3). De meeste mensen ontwikkelen vervolgens nooit de ziekte van Parkinson omdat ze geen ‘helpers’ en ‘verergeraars’ hebben.
  • Helpers
    Als triggers de vonk zijn, dan wakkeren de helpers de vlammen aan, zegt Benjamin Stecher in zijn blog (4). Een voorbeeld: Om zichzelf tegen de ziekteverwekker te verdedigen, wordt in de darmen de aanmaak van het eiwit alfa-synucleïne geïnitieerd (5). Maar daar gaat iets mis.  Er wordt teveel aangemaakt, het eiwit vouwt verkeerd en transporteert naar de hersenen.
  • Verergeraars
    Als het verkeerd gevouwen alfa-synucleïne zich in de hersenen ophoopt en vervolgens ook nog eens niet wordt opgeruimd omdat het verwijderingsmechanisme hapert (verstoorde autofagie) dan heb je een ‘verergeraar’ te pakken. Een combinatie van triggers, helpers en verergeraars leidt tot de uiteindelijke dood van de dopamine producerende neuronen in de substantia nigra. 

Je hoeft geen wiskundig genie te zijn om te zien dat er veel verschillende combinaties van triggers, helpers en verergeraars bestaan tot bingo kunnen leiden. Volgens de auteurs is dit beeld illustratief voor het feit dat Parkinson zich verkleed in zoveel verschillende kostuums. De ziekte van Parkinson bestaat niet; het zijn veel eerder de ziekten van Parkinson. Geen enkele patiënt van Parkinson heeft exact dezelfde symptomen. Wat ze wél gemeen hebben, is dat ze na verloop van tijd dopamine producerende neuronen verliezen.

The vast array of different combinations of factors in these three categories can explain some of the clinical variability observed in patients with PD, including their symptomology, rate of progression, and response to treatments (1).

 

Waarom is dit werk belangrijk?

Dit werk is op drie manieren belangrijk:

  • Het helpt om de discussie over subtypes van Parkinson verder te ontwikkelen;
  • Het helpt om te heroverwegen waarom sommige klinische studies faalden. Parkinson patiënten die al ernstige symptomen hebben ontwikkeld, zijn mogelijk voorbij de fase waarin ze kunnen worden genezen met medicatie die zich richt op een eerdere gebeurtenis in de tijd (waarbij triggers en facilitators actief waren);
  • Het maakt duidelijk waarom het belangrijk is om stevig in te zetten op het intensiveren van de zoektocht naar biomarkers (Parkinsonvoorspellers) voor de vroege stadia van de ziekte van Parkinson.

 

Waarom is dit werk belangrijk voor mij?

Voor mij is de persoonlijke relevantie dat ik me – in dit model – erkend voel in de uniekheid van mijn ziektepatroon.

Wat ik vaak zie, is dat Parkinson patiënten statistisch worden verdeeld in groepen, bijvoorbeeld:

  • Meer mannen dan vrouwen hebben Parkinson;
  • Gemiddeld begint Parkinson op de leeftijd van 6o jaar;
  • Individuen met een zeer creatief artistiek beroep hebben een verlaagd risico op Parkinson (6).

Ik ben een zeer creatieve vrouw (van beroep) van 49 ..

Nog belangrijker is dat ik niet altijd kan zien hoe dergelijke statistieken en de bijbehorende uitspraken de discussie over Parkinson bevorderen. Hoe helpen ze bij het vinden van een remedie om neurodegeneratie te voorkomen? In de statistieken gaat het individu steevast verloren.

Wellicht zal ik in de loop van de tijd leren om anders over dit onderwerp te denken, maar op dit moment ben ik erg dankbaar voor het Bingo model van mijn ziekte.

Sparks  

Bronnen

(1) Johnson, M. E. , Stecher, B. , Labrie, V., Brundin, L., Brundin, P., (2018),  Triggers, Facilitators, and Aggravators: Redefining Parkinson’s Disease Pathogenesis, Trends in Neurosciences, Retrieved from https://doi.org/10.1016/j.tins.2018.09.007 

(2)  Braak H., Del Tredici K., Rüb U., de Vos R.A.I., Steur E.N.H.J, Braak E.  (2003) Staging of brain pathology related to sporadic Parkinson’s diseaseNeurobiol Aging 24:197–211. https://doi.org/10.1016/S0197-4580(02)00065-9 

(3) Rietdijk, C. D., Perez-Pardo, P., Garssen, J., van Wezel, R. J., & Kraneveld, A. D. (2017). Exploring Braak’s Hypothesis of Parkinson’s Disease. Frontiers in neurology8, 37. Retrieved from  https://doi:10.3389/fneur.2017.00037

(4) Stecher, B., (2018, October 24), Triggers, Facilitators and Aggravators: A New Hypothesis of Parkinson’s disease,  [Blog post], Retrieved from https://tmrwedition.com/2018/10/24/triggers-facilitators-and-aggravators-a-new-hypothesis-of-parkinsons-disease/

(5) Emamzadeh F. N. (2016). Alpha-synuclein structure, functions, and interactions. Journal of research in medical sciences : the official journal of Isfahan University of Medical Sciences21, 29. Retrieved from https://doi.org/10.4103/1735-1995.181989

(6) Darweesh, S. K. L. , Ikram, M. K.,  Faber, M. J. , de Vries, N. M., Haaxma, C. A, Hofman, A., Koudstaal P. J., Bloem, B.R, Ikram, M. A. (2018), Professional occupation and the risk of Parkinson’s disease. European Journal of Neurology Volume 25, Issue 12, Retrieved from https://doi.org/10.1111/ene.13752

Leave a Comment