2 oktober 2020

Ranking the trials

Een gesprek met Neuroloog Bart Post over hoop in tijden van parkinson

In deze blogpost interview ik mijn neuroloog, dr. Bart Post over zijn beeld van de drugspijplijn bij de ziekte van Parkinson waar ik in een vorige blog verslag van deed. Onder mijn arm heb ik het boek Brain Fables, geschreven door prof. dr. Alberto Espay en parkyvist Benjamin Stecher. Ik heb daar ook een paar vragen over die ik graag aan Bart wil stellen.

Tijdens het interview spreken we over vier onderwerpen: De hoop die Bart uit de huidige drugspijplijn haalt, de noodzaak om anders naar de ziekte te gaan kijken, hoe wetenschap en de klinische praktijk elkaar beïnvloeden en de ethische aspecten van onderzoek naar mensen die risico lopen op het krijgen van parkinson (en het mogelijk nooit gaan krijgen).

Bart werkt in het Expertisecentrum voor Parkinson en Bewegingsstoornissen, onderdeel van het Radboudumc. Hij is gespecialiseerd in mensen met parkinson die onder de vijftig hun diagnose kregen. Onlangs schreef hij daar samen met anderen een wetenschappelijk artikel over (Post, 2020).

Leestijd: 10 minuten

I. Voorzichtige hoop 

Bij trials die zich richten op symptoombestrijding moet je vooral heel goed kijken: Dient dit nu de patiënt of de farmacie? Hiervoor geldt dus: Ligt er achter deze studie een brandende klinische vraag van mensen met parkinson? Zo ja, doen!  | Bart Post 

Nou, ik val maar meteen met de deur in huis. Als je een persoon met parkinson was, waar zou jij dan je hoop op richten?  

Ik vind het zelf enorm moeilijk. Die vraag krijg ik vaak van patiënten. Dat je de ziekte kunt behandelen en dat je de symptomen minder kunt maken, dat is fijn. Maar ik denk dat 90% van de mensen zegt: “Daar gaat het mij uiteindelijk niet om. Hoe gaan we die ziekte remmen?!“.

En dat is zo gemakkelijk nog niet. Het verhaal over de pathofysiologie – de processen in het lichaam die de ziekte zouden veroorzaken – is namelijk als volgt: “Er is een vouwfout in alfa-synucleïne waardoor de eiwitten zich ophopen, er gaat iets fout in de mitochondriën en er gaat iets fout in het eiwitopruimsysteem”. Maar hoe die drie met elkaar interacteren en wat de primaire start van dat alles is, dat blijft onduidelijk. Daar wordt altijd omheen gepraat, dat weten we ook niet zo goed. En dan zie je ook nog dat het bij iedereen verschillend is. Als je bijvoorbeeld de hersenen van mensen met een PARKIN mutatie – mensen die aan de buitenkant precies parkinson hebben – opensnijdt, dan zie je dat ze nauwelijks alfa-synucleïne ophopingen in de hersenen hebben. Alleen dat al, vind ik een grote puzzel! Dat is waarom ik denk: Een ding noemen om je hoop op te richten? Poeh.

Persoonlijk vind ik de GBA-trials het meest interessant. 5 tot 10% van de mensen met parkinson heeft een mutatie in het GBA-gen. En daar zijn we al ver. Fase 3 komt eraan. Als dat succes oplevert, dan hebben we een substantiële groep die je kunt gaan beïnvloeden in hun beloop. Dat vind ik echt super interessant. LRRK2-mutaties zijn ook interessant, maar dat gaat maar over 1 tot 2% van de mensen met parkinson.

Hoe vertel je mensen die niet in de GBA- of LRRK2-groep vallen dat jouw hoop eigenlijk niet gericht is op hen?

Wat ik meestal meegeef aan mensen is de quote van Tom Isaacs: “Cautious hope instead of conservative paternalism”. Als je ziet wat er in de laatste vijf tot tien jaar bijgekomen is aan kennis, wie ben ik dan om te weten waar we over vijf jaar zijn? Maar als er mensen tegen mij zeggen: “Ik geloof eigenlijk wel dat die ziekte bij mij nog geremd wordt over tien jaar”, dan zeg ik: “Goh, ik weet het niet. Ik hoop het en ik doe mijn best en er als er studies zijn die die claim hebben en veilig zijn, zijn wij de eerste om daar honderden mensen in te includeren. Maar op dit moment weet ik nog niet van dingen die dat gaan doen”.

Waar geloof je helemaal niet in? 

Over immunotherapie ben ik zelf heel sceptisch. Daar proberen ze de eiwitten die zich ophopen in de hersenen af te breken. Dat zit ook in het artikel dat we onlangs schreven (Smedinga, 2020): Hebben we wel genoeg geleerd van Alzheimer onderzoek? Want daarin zie je dat 20 jaar onderzoek in de Alzheimer wereld ons op dat vlak helemaal niet zo heel ver heeft gebracht. Er was nu geloof ik een lichtpuntje in een subgroep analyse van een wetenschappelijke trial, maar ja, we zijn allebei wetenschappelijk genoeg om dan te bedenken: Zit hier niet de farmacie achter die op zoek is naar een effect?

Voor wie is dit goed?

Juist.

Dus, poeh. Bij Alzheimer hopen zich ook eiwitten op in de hersenen, net als bij parkinson. Waarom zou het dan – als het bij Alzheimer niet spectaculair gewerkt heeft – bij parkinson wel werken?

Ja, precies. Dat zeggen Alberto Espay en Benjamin Stecher in hun boek Brain Fables ook.

Dan ben ik blij dat ik gelijkgestemden tref. Espay is iemand die ik heel erg waardeer in zijn denken, dus dan is het wel fijn dat we op hetzelfde spoor zitten. Er was nog een stuk van Espay in Neurology over de etiologie, de oorzaken van dit soort eiwitvouwfouten (Espay, 2019). Ze hebben de ziekte van Parkinson en Alzheimer naast elkaar gezet. Dat was echt koren op mijn molen. Gelukkig schrijft iemand een keer heel systematisch op waar de gaten zitten in de theorie. Wat is nou eigenlijk het bewijs? Als je de causaliteit niet kunt vaststellen, hoe kun je er dan allerlei theorieën op baseren? Misschien is het wel een epifenomeen – een nevenverschijnsel van iets anders – en zitten alle problemen ervoor, was dan de hypothese. Dat is interessant.

Ontzettend

Misschien is het criterium voor de ranking van de rest van de klinische studies wel of je jouw patiënten zou willen includeren in de trials. Als ik door die bril kijk, dan zeg ik bij het microbioom bijvoorbeeld: Nou ja, interessant, ik weet niet wat het doet. Celtherapie, dat vind ik enorm interessant. Die techniek is zo geavanceerd. Antioxidanten, GDNF, daar geloof ik eigenlijk niet meer in…

Die waar Tom Isaacs de hele Zuidkust van Engeland voor heeft afgelopen?

Ja. De trials zijn allemaal teleurstellend.

Uiteenlopend he, je hebt high responders en low responders  

Ja, de vraag is dus natuurlijk: Wie zijn die super goeie, he?

Precies

Want dat is hetzelfde bij cell replacement. Dat weet ik nog uit de trials uit de de jaren negentig. Dan had je een paar mensen die het helemaal zonder pillen echt supergoed deden. Echt survivors.

Bij trials voor dopaminerge en niet-dopaminerge symptoomverlichting moet je vooral heel goed kijken: Dient dit nu de patiënt of de farmacie? Hiervoor geldt dus: Ligt er achter deze studie een brandende klinische vraag? Zo ja, doen! Denk bijvoorbeeld aan de trial die Rob de Bie nu doet met DBS (Deep Brain Stimulation) bij mensen die cognitieve problemen hebben. Die sluiten we altijd uit van een DBS-behandeling. Waarom? Omdat ze gemiddeld meer bijwerkingen hebben. Maar weten we het precies? Nee. Dus: Zoek het een keer goed uit. Een hele belangrijke vraag. Simpel. Belangrijk. Doen.

Andere belangrijke vragen zijn voorbeeld: Hoe kunnen we dyskinesieën – onwillekeurige bewegingen – bij parkinson goed behandelen, kunnen we freezing de wereld uithelpen. Dat soort dingen. Heel relevant. Of stel dat je continue dopamine spiegels kunt creëeren. Dat is toch een soort van de holy grail van behandelen. Stel dat je dat een jaar of tien kunt doen. Wow!

Maar om de ziekte echt te gaan stoppen, hebben we gewoon een slimmerik nodig die totaal anders gaat kijken.

II. Anders kijken

Scientists often proclaim that they stand on the shoulders of giants. Perhaps that very reverence for their mentors, and the women and men in their textbooks, makes it hard to maintain the skeptical nature that should be the hallmark of their field | Benjamin Stecher, Brain Fables

otherness_ccby_sparks4pd_groot

Je ziet in het artikel over de drugspijplijn dat er veel mensen op elkaar schouders staan. Verschillende groepen werken aan hetzelfde target. Maar wat nou als je op elkaars schouders staat op de verkeerde plek? Er is ook een categorie ‘overig’ met allemaal Einzelgängers. Ik denk dat het belangrijk is om die allemaal eens heel goed te bekijken. Jij?  

Ja, hier kan iemand uitkomen met iets raars waardoor echt het verschil gemaakt wordt. Dat geloof ik ook wel.

Als we het daarover hebben: Ik heb contact met een wetenschapper die heet Kariem Ezzat. Ik heb hier een poster bij me waarin ik zijn werk visualiseer (Malmberg, 2020). Hij zegt: of de zich ophopende en opgehoopte eiwitten toxische effecten hebben, dat weten we niet. Kan. Kan ook van niet. Wat we wel weten, is dat als een eiwit neerslaat, dat het dan zijn oorspronkelijke functie niet meer kan uitoefenen. 

Ja, die Loss of Function, he.

Ja, eigenlijk is Kariem’s punt dan: het is bijzonder dat er in allerlei andere ziektebeelden replacement therapieën ontwikkeld zijn voor eiwitten die ook amyloide eigenschappen hebben – die makkelijk samenklonteren zeg maar – maar dat we die route in hersenziekten zoals parkinson niet onderzoeken. Replacement gaat dan over het teruggeven van het oorspronkelijke, functionele eiwit. En als je het dan teruggeeft en de chemische structuur een klein beetje aanpast, zorg je er meteen voor dat ie minder makkelijk samenklontert. Wat vind je hiervan? 

We weten wel al aardig veel van alfa-synucleïne (Bensky, 2016), maar we snappen nog steeds niet helemaal waar parkinson begint en wat daarbinnen dan de rol precies is van alfa-synucleïne. Het is echte wetenschap, naarmate je er meer induikt, komen er steeds meer vragen.

Dus je zegt: We gaan geen replacement therapy doen want we weten niet wat de rol precies is van alfa-synucleïne dus dat zou niet mijn tip van de dag zijn?    

Ja, daar zou ik bezorgd over zijn. Laat ik het zo zeggen. Als die Kariem natuurlijk heel mooi laat zien, ik heb preklinische experimenten gedaan in dieren en we zien gewoon dat er minder  dopaminerge cellen dood gaan, he. Dan heeft ie allerlei grond voor zijn hypothese.

Wat nu het probleem is, is dat we wel doorgaan met immunotherapie terwijl we daarbij dezelfde onzekerheid hebben. En ondertussen zijn we niet aan de andere kant van dezelfde medaille aan het werk. 

Ja, maar ook over de immunotherapie ben ik heel sceptisch. Natuurlijk gaat er iets fout met die eiwitten en we vinden neerslagen in die Lewy bodies, maar wat daar nou precies gebeurt? Maar wat die Kariem doet is wel een soort paradigma shift: laten we eens kijken naar functie van dat eiwit en laten we dan eiwit teruggeven en maar eens kijken wat er gebeurt. Replacement wordt niet gedaan. Ik hoop dat Kariem meer te weten komt en dat we van daaruit iets kunnen doen.

III. Splitters and lumpers

brainfables_ccby_sparks4pd

Benjamin en Alberto zeggen in hun boek: “It’s time time to abandon the illusion that we can cure PD. We can only cure 1 molecularly defined subtype of disease at a time”. Wat vind je daarvan? 

Ja, dat is wel een bekende uitspraak. Je hebt de splitters en lumpers groepen. Kijk, als clinicus gooi je alles op een hoop en zeg je: het gaat eigenlijk om de mens die tegenover me zit in de spreekkamer. Ik stel de diagnose, ik probeer goede therapie en ik hoop dat er vanuit een lab iemand met een stofje komt die de ziekte kan remmen. Dat zijn de lumpers voor de kliniek.

Wetenschappelijk kun je zeggen: Als je nu op sporadische Parkinson blijft inzetten, ga je allemaal negatieve trials krijgen en voor een deel vals negatieven omdat het kleine effect op bijvoorbeeld de GBA-groep verdwijnt. Dus ik denk dat het heel realistisch is om te proberen eerst een klein deel van de mensen met parkinson te gaan behandelen en zo meer te leren over de ziekte. Want we leren van extremen. Dus die extremen eruit halen, daarop inzoomen en daar veel van leren, dat geeft heel veel informatie. Daar kom je verder mee. Zonder dat je het meteen generaliseert.

Nou, dat ja. 

Want dat gebeurt te veel. Dat zijn dan de mensen die zichzelf overschreeuwen en op het journaal roepen: We hebben het gevonden. Dat klopt niet. De nuance die Espay aanbrengt, ik houd van dat soort mensen die dat op die manier doen. Kritisch, genuanceerd en positief naar de toekomst.

What’s not to like

Ja, precies.

In de Parkinson op Maat studie ben ik meegenomen op basis van wat je aan de buitenkant ziet. 

Opgeteld ben je gewoon buitenkant Parkinson. Aan de binnenkant heb je honderden mensen met parkinsonnetjes. Dat is de splitters gedachte.

Maar ook klinisch heb je de splitters. In Brain Fables staat dat we steeds weer subtypen parkinson proberen te maken – op basis van de symptomen – maar dat de resultaten tussen de studies niet congruent zijn en niet reproduceerbaar. Moet je je daar dus wel op willen richten?  

Ik ben gepromoveerd op klinische subtypes. We hebben een cohort gemaakt van mensen met een klinische diagnose parkinson en die hebben we gevolgd en onderweg hebben we gekeken hoe gaat het met de kwaliteit van leven. En we vroegen ons af: zijn er nou verschillen in progressie tussen bepaalde mensen: mannen en vrouwen, tremor of geen tremor, axiale symptomen vroeg of niet, denken en geheugenproblemen. Dat soort dingen. En waar we dan ook op uitkwamen: wat ik in mijn model stop, is mijn eigen overtuiging. Dus ik zoek tien variabelen waarvan ik denk: ja, die zijn eerder in de literatuur beschreven. Die doe ik in het model en dan laat ik zien dat er van de tien variabelen drie correleren met een slechte progressie. En dat zijn vaak leeftijd, mannen doen het iets slechter en mensen die snel axiale symptomen hebben. Toen dacht ik: ja dat klopt niet. Dus laten we nou een keer hypothesevrij kijken. Gewoon de variabelen erin en de statistiek bepaalt wat er correleert en dan ga je daarna kijken, hee deze patiënten vormen een clustertje, waardoor worden die gekenmerkt?

Aha 

Dus dan ben je hypothese vrij. Maar dan kom je toch weer een beetje op: Jonge mensen doen het anders en je hebt een groep van mensen die heel snel cognitieve problemen krijgt.

Dat zijn de grootste uitschieters?

Ja, dat zijn de grootste uitschieters en dan kom je toch weer op hetzelfde groepje. Voor wetenschappelijke studies is dit soort informatie natuurlijk wel belangrijk. Als je een verschil tussen een interventiegroep en een placebogroep hebt en je weet welke factoren progressie beinvloeden dan kun je daarvoor corrigeren. En dan kun je dus met minder mensen meer onderzoek doen. Dus indirect is het enorm relevant voor onderzoek. Maar voor een mens met parkinson in de kliniek is het onderscheid te weinig specifiek. Dus je hebt allebei die velden nodig. Dat klinische stuk, de biochemische problemen en uiteindelijk moet het bij elkaar komen.

Nu hebben we het gehad over onderscheid binnen het label Parkinson. Maar dan heb je ook nog de overlap tussen ziekten. Ik begrijp dat ik ook amyloid plaques in mijn brein kan hebben en Tau die normaal geassocieerd worden met Alzheimer. Sterker nog – er hopen zich echt enorm veel typen eiwitten op als we alle neurodegeneratieve ziekten samen bekijken (Haenig, 2020). Dus het is niet zo strikt: u heeft Parkinson, u heeft Alzheimer. Dat doen we nu omdat het praktisch is. 

Als je aan de buitenkant kijkt, heb je mensen met klassiek parkinson, je hebt mensen die vijf jaar parkinson hebben en al best wat cognitieve problemen hebben en je hebt mensen die pas na twintig jaar parkinson cognitieve problemen hebben. Je kunt je dan kijken naar de neerslag van eiwitten in de hersenen. Helpt dat? Het helpt in het denken over de ziekte. Helpt het in de kliniek? Nul, want dat gaan we helemaal niet meten. En ook daar heb je weer: Stel dat je het wel meet, he, doordat je amyloidscans kunt maken. Gaan we dan iedereen scannen? En dan nog zal je zien dat een deel van de mensen die veel amyloid in de hersenen heeft, helemaal niet veel problemen met denken en geheugen heeft. Kom je weer op die relatie tussen dosis amyloid in je hersenen en symptomen aan de buitenkant.

Ja, ik heb er een verhaaltje over geschreven. Het heet ‘De bakkerijziekte en de paradox van de gevallen bomen‘. 

Mooi verhaal, ja, ik heb het gelezen. Als ieders bakkerij om een andere reden kapot gaat, heb je ook een andere strategie nodig om het te repareren. Bij de een valt de boom erop, bij de ander staan er geen bomen omheen en bij de ander is de machinerie kapot en bij een ander staat een slechte bakker. Dat is wel een mooie metafoor voor waar het allemaal fout kan gaan.

IV. De beloften van prodromale cohorten

parkinsonpredictors_cc_by_sparks

In jullie artikel (Smedinga, 2020) waarschuwen jullie voor prodromaal onderzoek, dat wil zeggen naar groepen mensen die een verhoogde kans op parkinson hebben. Waarom? 

Stel dat je een REM-slaapstoornis hebt, dan gaat je kans om ooit parkinson te krijgen zo enorm omhoog dat we zouden kunnen gaan zeggen: Die mensen hebben een heel groot risico om een ziekte zoals parkinson te krijgen. Dat is een groep die zou je wel uit de Nederlandse populatie willen halen. Daar zou je ook met ethici over kunnen discussiëren om ze ziek te maken. Spreekwoordelijk dan, he. Want ja, dit zijn allemaal mensen die hebben een probleem in hun leven met slapen wat gemakkelijk opgelost kan worden met een pilletje. Moet je die nou vertellen dat ze over vijf of tien jaar wellicht een hele ernstige ziekte zouden kunnen krijgen? Of moet je ze met rust laten.

Kunnen ze het wel begrijpen wat het betekent om een kans te hebben?

Ja, dat is heel ingewikkeld, het communiceren van kansen. Ik moet zelf ook vaak nadenken, o, ja, wat betekent deze kans ook alweer en het is mijn vak. Dus het is heel complex. En wat wij vooral willen aanzetten is het denken hierover: Nu worden er gewoon blindelings cohorten gemaakt. Op congressen wordt dan gezegd: Ja, we hebben een cohort en daarvan wordt 80 tot 90% ziek; we moeten deze mensen gaan behandelen! En wij zeggen: Ja, daar zit iets in. Maar wat doen we de mensen aan? Maken we ze wellicht meer ziek dan dat we ze helpen. Snap je?

Ja

Dus je maakt ze een soort psychologisch ziek of bang voor de toekomst en daardoor gaat de kwaliteit van leven in de periode dat ze nog helemaal niet ziek zijn achteruit.

Een negatief placebo effect

Ja, het nocebo effect. Je schaadt. Dus dat is eigenlijk vooral de discussie de we willen aanzwengelen.

Dus voor wie is het goed, vraag ik me wel eens af. Wat vinden patiënten er zelf van? 

Klopt. Maar er is ook een groep mensen die het heel graag wil weten. Een vriend van mij, zijn vader had parkinson. Hij heeft mij een keer gebeld en zegt: “Ja, weet je, ik ziet dat er prodromale criteria voor parkinson zijn, wat moet ik daar mee?“. Toen zei ik: “Mijn interpretatie is dat als je REM slaapstoornissen hebt, dan moet je opletten zeker als een familielid ook parkinson heeft“. Toen zei hij: “Eens, ik app wel als ik mijn vrouw ga slaan in de nacht“. Een beetje gechargeerd, maar dan kom je in de groep die at risk is en als er dan een pil komt die de ziekte kan stoppen, dan heb je kans dat mensen die nemen, ook al zijn ze nog helemaal niet ziek.

Dan willen ze het risico wel nemen

Ja, maar dan heb je wellicht 80% tot 90% kans om iets te krijgen. Maar stel dat is 50% of zelfs maar 30%, wat zou je dan doen?

Ja, precies. En ben je dan daarnaast niet bezig de zorg extra te belasten met mensen die helemaal niet ziek waren.

Ja. Er is ook een heel mooi artikel over ‘What is a timely diagnosis’ (Rees, 2018) en dat gaat heel erg hier over. En daarin is er een enorme invloed van de farmacie. Want vroeger was Alzheimer gewoon een klinische diagnose. Je moest geheugenproblemen hebben en niet meer functioneren en dan kreeg je de sticker Alzheimer. Nu kun je al een diagnose krijgen als je een klein beetje geheugen problemen hebt die eigenlijk helemaal niet zoveel last geven in het dagelijks leven (MCI, Mild Cognitive Impairment). Als je dan MCI hebt dan kun je een ruggenprik en een amyloidscan krijgen – waarvan jij terecht ook zegt, wat is die relatie eigenlijk – en dan kun je dus een biomarker geinduceerde diagnose krijgen. En waarom? Omdat je dan eerder in studies kunt deelnemen die claimen dat ze de ziekte remmen.

Dus een nobel idee verwordt tot: We maken een grote groep mensen ziek want we hebben een eerdere diagnose. Maar daar zitten ook mensen bij die nooit Alzheimer gaan krijgen. En die geven we allemaal het label zodat ze aan mijn trial mee kunnen doen en straks – als ik dan een medicijn heb – dan kan ik lekker verdienen aan die mensen. Dat is gechargeerd. Want ik geloof dat er geen enkele farmaceut is die zo pathologisch denkt dat ze mensen ziek willen maken om zelf geld te verdienen. Dat is niet zo. Maar het bijeffect is wel zo en daar hebben we het nu over.

Wat is de rol van patienten zelf om hier iets over te roepen en over te vinden?

Enorm groot. Dat je snapt wat het voor mensen is om bijvoorbeeld REM-slaapstoornissen te hebben en dat je met die mensen interviews en gesprekken aangaat over: hoe belangrijk is dit nou voor jou?

Ja, precies, de kwaliteit van leven

Ja, en goed, er zijn mensen die weten dat ze een mutatie hebben, die niet ziek zijn en toch hun hele gedrag aanpassen. Meer sporten, geen melkproducten meer drinken, enzovoort. Is dat reëel denken? Ik denk van niet. Maar deze groep van mensen wil het heel graag weten en zal er ook consequenties aan willen verbinden. Dus voor een deel van de mensen is het een oplossing. Want ze gingen anders toch piekeren en door hun leefstijl te veranderen kunnen ze beter omgaan met de onzekerheid. Maar er zullen ook mensen bij zijn die zullen zeggen: Dit had ik nooit willen weten; mijn leven is kapot.

Die worden er alleen maar slechter van 

Ja.

Die fenotypes zou je moeten onderscheiden

En dat is heel ingewikkeld. In Alzheimer heb je een READYness cohort. Dat is een cohort mensen in Europa met MCI en daar ga je allemaal testen aan doen en die staan dan alvast klaar voor als de pil straks komt. De vraag is nu, moeten we dat voor parkinson ook doen? Gaan we dan op zoek naar 100.000 mensen met REM-slaapstoornissen, gaan we die helemaal in kaart brengen en hen dan vertellen: Je hebt 80% kans om ziek te worden? En dan? Dan staan ze allemaal klaar straks voor de pil. Die niet komt. Want die pil komt pas over 10 jaar en dan is dat cohort alweer te oud of overleden door andere dingen. Of helemaal niet ziek geworden.

Dus is het interessant om te leren over prodromaal? Ja. Maar mag je het ethisch doen om zo’n cohort klaar te zetten voor een pil die nooit komt? Daar heb ik mijn twijfels over.

Je bent toch met de hoop van mensen aan het spelen

Wij denken dat je heel veel kunt leren van het opzetten van zo’n cohort opzetten voor parkinson in Nederland. Maar als we dat serieus op gaan pakken, dan willen we het liefst wel ook dat ethische stuk meenemen om te weten wat we mensen aandoen en of we daar dan wel goed aan doen.

V. Van elkaar blijven leren

Bart, ik vind het super fijn dat ik hier zo lang met jou over heb mogen praten. Hoe kijk je terug op dit interview?

Ik denk dat je elkaar kunt versterken door kritisch te zijn.

Ik merk dat het over het algemeen nog niet zo gemakkelijk is om wetenschappers aan de lijn te krijgen. Zeker vragen die je per mail stelt, blijven onbeantwoord. 

Ja, dat is ook wel een uitdaging, want je weet niet wie er achter bepaalde mailtjes zit. Dat moet je goed filteren en zorgen dat je een systeem hebt om te blijven leren. En dan zie je toch dat veel wetenschappers overbelast zijn en vast in het systeem zitten van publiceren en daardoor een soort oogkleppen op krijgen. Maar uitwisselingen met patiënten zijn enorm belangrijk. Gewoon doen. En je ego niet teveel in de weg laten staan. Wat in de academische wereld best lastig is…

Opgetekend door Sparks

Bronnen

Benskey, M.J., Perez, R.G. and Manfredsson, F.P. (2016), The contribution of alpha synuclein to neuronal survival and function – Implications for Parkinson’s disease. J. Neurochem., 137: 331-359. https://doi.org/10.1111/jnc.13570 (Open access)

Espay, A.J., Vizcarra, J.A., Marsili, L., et al. Revisiting protein aggregation as pathogenic in sporadic Parkinson and Alzheimer diseases. Neurology. 2019;92(7):329-337. https://doi.org/10.1212/WNL.0000000000006926  (Open access)

Kim, S., Kwon, S.H., Kam, T.I., et al. Transneuronal Propagation of Pathologic α-Synuclein from the Gut to the Brain Models Parkinson’s Disease. Neuron. 2019;103(4):627-641.e7. https://doi.org/10.1016/j.neuron.2019.05.035 (Open access)

Malmberg, M., Malm, T., Gustafsson, O., Sturchio, A., Graff, C., Espay, A.J., Wright, A.P., El Andaloussi, S., Lindén, A., Ezzat, K. (2020) Disentangling the amyloid pathways: A mechanistic approach to etiology, Frontiers in Neuroscience, vol.14, p 256. https://doi.org/10.3389/fnins.2020.00256 (Open access).

McFarthing, K., Buff, S., Rafaloff, G., Dominey, Th., Wyse, R.K., Stott, S.R.W. (2020). Parkinson’s Disease Drug Therapies in the Clinical Trial Pipeline: 2020’. Journal of Parkinson’s Disease, vol. 10, no. 3, pp. 757-774. https://doi.org/10.3233/JPD-202128 (Open access)

Noordegraaf, M.A. (2020). Pathogenic transformations of shape and function of ‘amyloid proteins’ (Poster) (Version 1.1). Zenodo. http://doi.org/10.5281/zenodo.3842337  (Open access)

Post, B.; den Heuvel, L.; van Prooije, T., van Ruissen, X., van de Warrenburg, B., Nonnekes, J. (2020). Young Onset Parkinson’s Disease: A Modern and Tailored Approach. Journal of Parkinson’s Disease. https://doi.org/10.3233/JPD-202135 (Open access)

Rees, R.N., Acharya, A.P., Schrag, A., Noyce, A.J. (2018). An early diagnosis is not the same as a timely diagnosis of Parkinson’s disease [version 1; peer review: 2 approved]. F1000Research 7 (F1000 Faculty Rev):1106. https://doi.org/10.12688/f1000research.14528.1 (Open access)

Smedinga, M., Darweesh, S.K.L., Bloem, B.R., Post, B., Richard, E. (2020). Towards early disease modification of Parkinson’s disease: a review of lessons learned in the Alzheimer field. J Neurol https://doi.org/10.1007/s00415-020-10162-5 (Open access)

Showing 3 comments
  • Hans van Geluk
    Beantwoorden

    Zeer indrukwekkend en leerzaam interview met Bart Post. Ik heb het met veel interesse gelezen en ook op mijn nieuwsblog gepost.

    Groet,

    Hans
    Parkinson(isme) en Verkeersdeelnemer

  • admin
    Beantwoorden

    @Hans

    Leuk om te horen, Hans!

  • Fred
    Beantwoorden

    Dit artikel is werkelijk een aanrader met hoge waarde voor iedereen die graag wil weten hoe het er nu eigenlijk voorstaat. Aanbevolen voor verdere verspreiding.

Leave a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.